In Rojava: People’s War is not Class War

Spanje in historische context

David Graeber’s artikel, “Waarom negeert de wereld de revolutionaire Koerden in Syrië?”, is op grote schaal verspreid in de anarchistische en libertaire pers. Daarin vertelt hij over de “schandalige” manier waarop de sociale revolutie in West-Koerdistan (Rojava) wordt genegeerd door iedereen met inbegrip van een niet omschreven “revolutionair links”. Hij kiest er voor om te beginnen met een opzettelijk subjectieve aantekening door te verkondigen dat zijn vader als vrijwilliger wilde vechten in de Internationale Brigades in de Spaanse Burgeroorlog in 1937. Hij gaat verder:

Een fascistische couppoging werd tijdelijk gestopt door de arbeidersopstand onder leiding van anarchisten en socialisten, en in grote delen van Spanje volgde een echte sociale revolutie, wat ertoe leidde dat hele steden onder direct democratisch bestuur kwamen, industrieën onder arbeiderscontrole, en vrouwen radicaal emancipeerden.
Spaanse revolutionairen hoopten een visie van een vrije samenleving te scheppen die de hele wereld zou kunnen volgen. In plaats daarvan verklaarden de wereldmachten zich tot een beleid van “non-interventie” en onderhielden een strenge blokkade van de republiek, zelfs nadat Hitler en Mussolini, in schijn ondertekenaars, begonnen troepen en wapens binnen te smokkelen om de fascistische kant te versterken. Het resultaat was een jarenlange burgeroorlog die eindigde met de onderdrukking van de revolutie en een aantal van de bloedigste slachtpartijen in een bloedige eeuw.
Ik had nooit gedacht dat ik tijdens mijn eigen leven hetzelfde weer zou zien gebeuren.

theguardian.com

Hegel merkt ergens op dat alle grote wereldhistorische feiten en personen als het ware tweemaal optreden. Hij vergat er aan toe te voegen: de ene keer als tragedie, de andere keer als klucht. …
De traditie van alle dode geslachten drukt als een zware last op de hersenen van de levenden…
De sociale revolutie (…) kan haar poëzie niet uit het verleden scheppen, doch alleen uit de toekomst. Zij kan niet met zichzelf beginnen, voordat zij zich heeft ontdaan van al het bijgeloof aan het verleden. De vroegere revoluties hadden de wereldhistorische herinneringen nodig, om zich aan hun eigen inhoud te bedwelmen. De revolutie (…) moet de doden hun doden laten begraven, om tot haar eigen inhoud te geraken. Daar ging de frase verder dan de inhoud, hier gaat de inhoud verder dan de frase.

marxists.org

Onze professor in de antropologie (1) moet duidelijk de geschiedenis zorgvuldiger bestuderen. De militaire staatsgreep van 18 juli 1936 tegen de Tweede Spaanse Republiek kwam na jaren van klassenstrijd. De Volksfront-regering van socialisten en liberalen wist niet hoe te reageren, maar de arbeiders deden dat wel. Toen de liberale ministers weigerden om de arbeiders te bewapenen vielen ze de kazernes van het regime binnen en bewapenden zich. Dit ontketende een sociale revolutie die in verschillende delen van Spanje bijna net zo was als Graeber beschrijft. Maar ze raakte de politieke macht van de burgerlijke Spaanse Republiek niet aan. De staat werd niet vernietigd. De leidende anarchisten van de CNT-FAI besloten eerst om de Catalaanse regionale regering van de burgerlijke Luis Companys te ondersteunen en vervolgens, slechts 5 maanden later, gingen ze in de regering in Madrid met liberalen en stalinisten. Ze besloten om de strijd tegen het ”fascisme” voorrang te geven op de sociale revolutie. Daarmee verlieten ze elke arbeidersklasse agenda en leverden de revolutie over aan de bourgeoisie. Het is de meest beschamende episode uit de anarchistische geschiedenis en de meeste anarchistische historici zullen instemmen met dat oordeel (2).

Graeber doet wel een beroep op de geschiedenis, maar zet die op zijn kop. Voor hem was het het feit dat Franco werd bewapend door Hitler en Mussolini dat tot de nederlaag van de revolutie leidde. Dat is niet zo. Het was de stopzetting van de sociale revolutie ten gunste van de militaire behoeften van het “anti-fascisme” dat in werkelijkheid schuldig was. Het was de sociale revolutie van juli 1936, die de massa van de bevolking had aangezet om te beginnen met de strijd voor zichzelf en voor een nieuwe samenleving. We zeggen niet dat dit zou zijn gelukt, gezien haar isolement op het moment, maar het zou een meer inspirerende erfenis voor ons vandaag zijn geweest. In feite was de geschiedenis van de Spaanse arbeidersklasse zo anders dan die van de rest van Europa (de Spaanse bourgeoisie heeft niet deelgenomen aan de Eerste Wereldoorlog, bijvoorbeeld) dat de Spaanse arbeiders zich alleen bevonden in hun strijd. De rest van de Europese arbeidersklasse was nog niet hersteld van de nederlaag van de revolutionaire golf die een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog. Deze nederlaag had het ​​fascisme al toegestaan te zegevieren in Italië en Duitsland.

Imperialistische manipulaties

En dit lag ook vast in de imperialistische context waarin de Spaanse burgeroorlog tot stand kwam. Graeber heeft het ook niet juist wanneer hij zegt dat alle grootmachten tekenden voor “non-interventie”. Dat was het hypocriete beleid van de Franse en Britse heersende klassen die hoopten de As-mogendheden te overtuigen om de Sovjet-Unie aan te vallen (waardoor ze dus vrij waren om later brokstukken daarvan in te pikken). Zij probeerden Mussolini mee te slepen in een poging om de As te splitsen, maar dat mislukte.

In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog had Stalins Sovjet-Unie ook een manier om te proberen om bondgenoten te winnen. Het had al de slogan van het ‘antifascisme’ in november 1935. En op basis daarvan hielp ze de vorming van Volksfront-regeringen in Spanje en Frankrijk. Het idee was de westerse democratieën er van te overtuigen dat ze de Sovjet “paria”-staat konden vertrouwen. Zo was het de Sovjet-Unie die de Spaanse Republiek vanaf het begin in het geheim bewapende (afgezien van Mexico, de enige staat die dat verder deed). En wie betaalt, bepaalt de muziek. Hoewel de Spaanse Communistische Partij (PCE) slechts 6000 leden had in 1936 zwol deze direct aan door het overlopen van de jeugd van de Socialistische Partij onder leiding van Santiago Carillo. En ze groeide aanzienlijk door weerstand te bieden tegen de sociale revolutie zelf die het verzet was begonnen. De kleinburgerlijken in Republikeins Spanje stroomden naar haar toe in de verdediging tegen de anarchisten. En al snel verschenen communistische ministers in Madrid en het veiligheidsapparaat (de SIM) werd door de PCE overgenomen. Stalinistische paradepaarden zoals Palmiro Togliatti (“Kameraad Ercoli”) en Ernö Gero werden naar Spanje gestuurd om een heksenjacht tegen echte revolutionairen te voeren. Deze vond vooral plaats na het debacle van mei 1937 in Barcelona, ​​toen gevechten uitbraken tussen de CNT en de POUM aan de ene kant en de stalinisten aan de andere kant. Het eindigde met een wapenstilstand, maar met de stalinisten achter het stuur (aangezien de “anti-fascistische strijd” voorop stond) en meer bloedbaden onder hun tegenstanders aan de Republikeinse zijde. In elke fase rechtvaardigden de stalinisten zich dat hun overname van het staatsapparaat nodig was om “de strijd tegen het fascisme” effectiever te maken. Alles wat ze deden was het demoraliseren van de massa’s en hun het initiatief uit handen nemen en zo de weg vrijmaken voor de uiteindelijke overwinning van Franco waarop nog verdere slachtingen volgden. Graeber heeft gelijk dat de revolutie werd onderdrukt, maar niet door Franco, maar door de “anti-fascisten” die hij nu probeert te evenaren.

Dit is wat zo velen aan de linkerzijde, van het Graeber-type anarchist tot aan de traditionele marxistische links van trotskisten en stalinisten niet kunnen doorgronden. Het anti-fascisme was in de jaren 1930 de ideologie van één van de imperialistische fronten om de bevolking voor de imperialistische oorlog te mobiliseren. Het werkte. Graebers vader was niet de enige vrijwilliger voor de Internationale Brigades. Dat deed ook mijn vader, een staalarbeider, in 1938. Hij was toen een 16-jarige slagersjongen en had geen sterke politieke opvattingen. Hij werd (gelukkig!) afgewezen op grond van zijn leeftijd, maar zijn reactie was precies waarop het geallieerde blok in de Tweede Wereldoorlog rekende om de arbeidersklasse te mobiliseren voor nog een slachting, nadat de “oorlog om alle oorlogen te beëindigen” was afgelopen in 1918. Niemand zou meer vechten voor “Koning en Land’, maar velen dachten dat het de moeite waard was om hun leven te riskeren in de strijd tegen het kwaad van het fascisme.

En opnieuw herhaalt de geschiedenis zich gedeeltelijk. Na de tragedie, volgt de farce. De Graebers, evenals de stalinisten en trotskisten kleden zich opnieuw in de kleren van het verleden om op te roepen tot steun aan de Koerdische nationalisten tegen de “fascistische” of “crypto-fascistische” Da’esh (vertaler: zo wordt IS in veel landen aangeduid) in Rojava. Nu is de Da’esh een monsterlijke reactionaire kracht die daden te pleegt die waardig zijn aan Genghiz Khan en de Mongolen, maar voor of tegen hen te strijden is niets voor een zelfstandige arbeidersklasse. We moeten ons bewust zijn van de imperialistische context van wat er gaande is in Syrië, Turkije en Irak, voordat iemand gaat aandringen om daarheen te vertrekken met het doel ​​om te vechten voor de PYD (3). De PYD wordt gedomineerd door de PKK, hoewel deze om diplomatieke redenen zegt dat dit niet zo is (de PKK wordt internationaal veroordeeld als “terroristisch”, terwijl de PYD niet die veroordeling treft). De ‘democratische’ of “mutualistische” ommekeer van de PKK is grotendeels gebeurd om te proberen steun te winnen in het Westen net als het ”anti-fascisme” en het “Volksfront” diezelfde rol vervulden voor het Sovjet-imperialisme in de jaren 1930.

Da’esh is een creatie van de imperialistische coalitie die ze nu bombardeert (4). Zonder de door de VS geleide verbrokkeling van de Iraakse staat na 2003 was er geen ruimte geweest voor de IS om zich te ontwikkelen. Zonder de eerste wapenleveringen van de soennitische regimes in Saoedi-Arabië en Qatar zou de IS niets zijn. En het Koerdische regime in Noord-Irak is de grootste begunstigde van het Amerikaanse beleid geweest. Het regime van Barzani’s Koerdische Democratische Partij is een nauwe bondgenoot van de VS en Turkije, en exporteert zijn olie naar Turkije via een nieuwe pijpleiding die onlangs is afgerond. De IS, die zijn eigen geldbronnen heeft gevonden, is van zijn oorspronkelijke imperialistische meesters losgebroken en streeft nu zijn eigen agenda na. Opnieuw zijn er parallellen met de jaren 1930, maar niet met degenen waaraan onze anti-fascisten willen denken. In 1939 verliet Stalin het ”antifascisme” om het Hitler-Stalin Pact (5) met dezelfde fascisten te sluiten waartegen de arbeiders in Spanje dachten strijdend te sterven. Zowel toen als nu, kunnen de imperialistische belangen dicteren waarom het draait. Wat Graeber c.s. ook beweren, de tegenwoordige strijd in Syrië is een strijd voor de imperialistische controle van het grondgebied.

Rojava’s “sociale experiment”

Wat er gaande is in Rojava is niet zo geweldig als Graeber zegt. Hij is slechts het doorgeefluik voor de propaganda van de PYD. In feite krijg je de indruk (gezien het relatieve gewicht van de woorden die hij er aan wijdt) dat hij erg onder de indruk is van de ‘bekering’ van de stalinistische Öcalan (vertaler: leider van de PKK) tot de ideeën van “libertair municipalisme” van wijlen Murray Bookchin, een ideologie die Graeber nauw aan het hart ligt.

De PKK heeft verklaard dat zij niet eens meer streeft naar het scheppen van een Koerdische staat. In plaats daarvan, mede geïnspireerd door de visie van sociale ecoloog en anarchist Murray Bookchin, heeft ze de visie van “libertair municipalisme” aangenomen, waarin de Koerden worden opgeroepen om vrije, autonome gemeenschappen te creëren, gebaseerd op de principes van de directe democratie. Die zouden dan samenkomen over de landsgrenzen heen – die naar men hoopt na verloop van tijd steeds meer aan betekenis zullen verliezen. Op deze manier wordt de Koerdische strijd voorgesteld als een model voor een wereldwijde beweging in de richting van een echte democratie, coöperatieve economie, en de geleidelijke opheffing van de bureaucratische natiestaat.

Och, als dit toch eens waar was! De PKK hebben hun strategie herzien, hun strijders over de Turkse grens naar Irak teruggetrokken, en het stalinisme afgezwakt in een poging om zichzelf te presenteren als “democratisch”. Maar zelfs Graeber erkent dat een aantal “autoritaire elementen” zijn gebleven, hoewel hij daarover niet wil uitweiden. Laten we hem helpen. Volgens de PYD zelf is er een vorm van dubbele macht van de inmiddels beroemde zelfbestuurde gemeenschappen naast een soort parlementaire setting die volledig gecontroleerd wordt door de PYD. Niet moeilijk om te raden wie de echte slagkracht heeft. De PYD hebben een quasi-monopolie over de wapens gekregen (6). Zij zijn de staat. En in elk land (Irak, Iran en Syrië) moet de lokale Koerdische burgerij een eigen nationale entiteit in dezelfde geest opzetten. Deze kunnen niet worden erkend door het internationale imperialisme, maar het zijn afzonderlijke staten, in naam dan. In sommige opzichten hebben ze meer invloed op het leven van mensen dan in het Verenigd Koninkrijk. Bijvoorbeeld, als je ouder bent dan 18 ben je onderworpen aan dienstplicht (7). En wat betreft het vermeende internationalisme van de PYD, haar leider Salih Muslim heeft gedreigd om alle Arabieren te verdrijven van “Koerdisch” grondgebied in Syrië, ondanks het feit dat de meeste van hen er zijn geboren. (8) Vrouwen kunnen over het algemeen vrijer leven in Koerdistan dan in de omgeving, maar het is allemaal relatief. Er zijn veel beschuldigingen van een verkrachters-/seksistische cultuur in de Peshmerga (vertaler: Koerdische strijders) en Öcalan zelf lijkt dat niet alleen maar door de vingers zien, maar ook persoonlijk toe te geven. Niets van dit alles wordt besproken in de al te korte uiteenzetting van de wonderen van Graebers Rojava.

Het ene woord dat ontbreekt in Graebers verslag is klasse. Voor hem is Rojava een ‘volksbeweging’ net zoals de Occupy-beweging dat was. De Tweede Wereldoorlog werd aan geallieerde zijde aangeprezen als een “Volksoorlog”. Maar “het volk” is de natie. De strijdkreet van de kapitalistische klasse was dat ze de vertegenwoordigers van “het volk” tegen de feodale orde waren. Maar we zien dat het volk een idee is dat de klassen ontkent. Het volk omvat uitbuiters en uitgebuiten. Daarom stellen we de vraag naar de klasse in tegenstelling tot alle ideeën van de mensen of “de natie”. Nationalisme is de vijand van de arbeidersklasse die geen privé-eigendom bezit noch iemand uitbuit. Zoals Marx zei: “De arbeiders hebben geen vaderland”. De klassenstrijd is niet een “volksoorlog”.

We erkennen dat er behoefte is bij veel arbeiders aan inspirerende voorbeelden van sociale organisatie. Dit is de reden waarom we kijken naar de Parijse Commune van 1871 en Rusland in 1905. Het is ook de reden waarom we kijken naar Spanje in de zomer van 1936 en Rusland in de winter van 1917-1918. Geen daarvan was perfect, maar alle gaven een aanwijzing van wat de arbeidersklasse in staat is om te doen. Al deze voorbeelden werden uiteindelijk overstemd door imperialistische interventie. Maar ze waren een stuk verder op weg naar echte proletarische autonomie dan wat er vandaag de dag aan ons verkocht wordt in Rojava of elders in Koerdistan. We zijn gewend dat kapitalistische links (trotskisten, stalinisten, maoïsten) zich haasten om iets als het “minste kwaad” te ondersteunen, of lovend dit of dat model aan te prijzen als ‘reëel bestaande socialisme’ (Venezuela, Bolivia, Cuba, Vietnam enz., enz.). Maar alles wat het werkelijk doet is ons uitnodigen om deel te nemen aan de imperialistische propagandastrijd van onze heersers. Een echte sociale revolutie kan niet plaatsvinden in één land, zoals de geschiedenis van de jaren 1920 en 1930 laat zien. Als we een autonome klassebeweging willen die in staat is een maatschappij zonder klassen, zonder uitbuiting, zonder staten en zonder moorddadige oorlogen te creëren, moeten we daarvoor strijden waar we wonen en werken. Op de lange termijn moeten we onze eigen klassebrede organisaties creëren, zoals bedrijfscomités, raden of collectieven of wat dan ook geschikt is voor de strijd, maar we moeten dit ook deel uit laten maken van een bewuste strijd tegen het kapitalisme in al zijn vormen. Dit betekent dat de oprichting van een internationale en internationalistische politieke beweging, in tegenstelling tot alle nationale projecten van vandaag, een onmisbaar onderdeel is van die strijd. Deze moet in staat zijn te inspireren en het revolutionaire bewustzijn van bredere lagen van de arbeiders te verenigen. Het is niet zo gemakkelijk of meteen verheugend als de slogans over dit of dat z.g. arbeidersparadijs, maar het is de enige weg voor de emancipatie van de mensheid. Het is aan die strijd waaraan we in de Internationalistische Communistische Tendens toegewijd zijn.

Jock

(1) Voor een overzicht van het werk van Graeber over schulden zie leftcom.org.

(2) Zie voor een uitgebreide versie van deze analyse onze brochure Spain 1934-9: From Working Class Struggle to Imperialist War. Deze is voor £3 (porto inbegrepen) te bestellen bij BM CWO WC1N 3XX. Sommige artikelen zijn te vinden op onze website.

(3) PYD staat ​​voor Democratische Partij van de Eenheid die de Syrische franchisenemer is van de Turkse PKK (Koerdische Arbeiderspartij). De militaire vleugel is de YPG of Volks Beschermings Eenheden. Voor meer informatie hierover zie het begeleidende artikel op onze website Revolutionary Defaitisme Today: blood bath in Syria.

(4) Voor een toelichting op de imperialistische activiteit in het gebied zie leftcom.org.

(5) Voor meer zie leftcom.org.

(6) Zelfs uit de meest pro-PKK / PYD verslagen blijkt “de oppositie wil haar eigen leger opstellen, maar ze mogen niet van de PYD.” anarkismo.net.

(7) Zie aranews.net.

(8) Zie Koerdische News Weekly Briefing een 3 – 29 november 2013:

De leider van de Democratische Unie Partij (PYD), Salih Muslim, heeft gewaarschuwd dat toekomstige oorlog van de Koerden zou zijn met de Arabieren die zich in de Koerdische gebieden hebben gevestigd met de hulp van het Syrische regime. “De leider van de Democratische Unie Partij (PYD), Salih Muslim, heeft gewaarschuwd dat de toekomstige oorlog van de Koerden die zal zijn met de Arabieren die zich in de Koerdische gebieden hebben gevestigd met de hulp van het Syrische regime. “Op een dag zullen die Arabieren die naar de Koerdische gebieden zijn gebracht, moeten worden uitgezet,” zei Muslim in een interview met Serek TV. De PYD-leider zei dat de situatie in Qamishli en Hasakah bijzonder explosief is en dat “als het zo blijft als het is, er oorlog zal zijn tussen Koerden en Arabieren.” Qamishli is de grootste Koerdische stad in Syrië en Hasakah beschikt over het grootste deel van de olierijkdom van het land. Muslims eigen strijdkrachten staan bekend als People’s Protection Units (YPG) en hebben de controle over de Koerdische gebieden van Syrië sinds het afgelopen anderhalf jaar. Dit komt van een pro-PKK website: peaceinkurdistancampaign.com.

Donderdag 30 oktober, 2014

Bron van de Engelse versie van het ICT-artikel:

leftcom.org

Volledige overname van deze vertaling is toegestaan met vermelding van de bron:

arbeidersstemmen.wordpress.com

Tuesday, April 26, 2016