De klassensamenstelling van Islamitische Staat

Raar maar waar (nou ja bijna). In het zelfbenoemde revolutionair links zijn er mensen die min of meer onvoorwaardelijke steun hebben gegeven aan de politieke en militaire operaties van de Islamitische Staat. Ze beschouwen IS als de enige kracht die de moed heeft om het imperialisme (natuurlijk voornamelijk het Amerikaanse) te bestrijden. Daarom zou IS de enige bron van inspiratie voor de internationale klassenstrijd zijn. Ze lijken te vergeten dat de Islamitische Staat een instrument is in de strijd tussen de verschillende imperialistische mogendheden op Syrisch grondgebied, en dat IS zelf een van de pionnen in dit spel zonder grenzen. Ditzelfde “Links” heeft over het algemeen gekozen voor veel meer voor de hand liggende groeperingen, zoals in het geval van steun voor het Rusland van Poetin en zijn bondgenoot Assad, in de veronderstelling dat het imperialisme en zijn oorlogen gewoon de schuld zijn van de westerse alliantie, geleid door Amerika, en niet ook voortkomt uit de Russische doelstellingen. Zij vervallen dus in de dubbele fout van de ondersteuning van één imperialisme tegen een ander en dit voorkomt dan een consequente strijd tegen oorlog en imperialisme als geheel. Het is dit soort eenzijdige anti-imperialisme dat enorme politieke schade heeft voortgebracht, en dat wij altijd hebben die we altijd hebben ontmaskerd.

Elders (Prometeo N ° 12-2014 en 14-2015 [1]) gingen we nader in op de oorzaken voor het huidige inter-imperialistische conflict in Irak en Syrië. (vertaler: de samenvatting van deze artikelen is hier weggelaten. Zie voor de inhoud de Engelse versie van dit artikel , of beter nog de beide artikelen in voetnoot 1).

De valse tactici van ‘links’, die in de naam van een verkeerd anti-imperialisme de de Russisch-Iraanse Hezbollah coalitie steunen, begrijpen niet alleen niets van de huidige crisis en de imperialistische dynamiek die deze heeft ontketend, maar ze zien een ‘uitweg’ uit de crisis alleen in termen van geweld, barbarendom, dood en verwoesting. Zij doen aldus bij voorbaat afstand van elke gedachte aan verzet tegen de oorlog, tegen de de crises die oorlogen voortbrengen, van de gedachte dat het kapitalisme de oorzaak van dit alles is. Dit zelfbenoemde links heeft als functie het voortbestaan van het systeem en papt aan met de meest gewelddadige vertegenwoordigers van zowel de oude als de nieuwe imperialismes. Ze komen niet eens op de gedachte van de noodzaak van een heropleving van de klassenstrijd, en zijn blind voor het feit dat het de proletarische massa’s van de werklozen en de wanhopigen zijn die als kanonnenvoer in dezelfde oude imperialistische spelletjes dienen. (…)

Deel I De klassensamenstelling van de Islamitische Staat

Hoewel IS begon als een dochteronderneming van Al Qaeda in 2006, drie jaar na de Amerikaanse interventie in Irak, en na de dood van al-Zarqawi [2], werd IS pas echt opgericht in 2011, tijdens het uitbreken van de burgeroorlog in Syrië en de daarmee verband houdende indirecte confrontatie tussen Rusland en de VS over de toekomst van Assad. In eerste instantie werd IS geleid door Abu Ayyub al-Masri, maar later door Abu Bakr al Baghdadi. Het doel van IS was om naast het Syrische Alawieten regime de territoriale en economische grondslagen te leggen voor een nieuw Bagdad kalifaat met behulp van aanzienlijke financiële middelen uit de VS, Saoedi-Arabië en Qatar, die daarmee elk verschillende en tegenstrijdige strategische doelen nastreefden. Het gemeenschappelijke doel was om zich te ontdoen van de Alawieten vijand, maar daarachter lag de strijd om het leiderschap van het soennitische kamp. Dit zou de kans verbeteren op investeringen van oliedollars in het Midden-Oosten en, niet in het minst, hen de vrije hand geven in de strategische controle van één van de meest gevoelige gebieden van de wereld.

Vanaf het begin werd het proces van hergroepering rond de oorspronkelijke jihadistische kern, waarop de sociale en militaire structuur van de Islamitische Staat zou worden gebouwd, uitgevoerd door de overblijfselen van de soennitische staatsbourgeoisie, die politiek en economisch aan het hof van Saddam Hussein was verbonden. Na het conflict tussen het Amerikaanse imperialisme (toen olie-hongerig en bang gemaakt door de mogelijkheid dat de dollar verder terrein zou verliezen ten opzichte van de euro en andere internationale valuta’s) en Saddam’s Irak, die dreigde om zijn olie af te leiden naar andere kusten om deze tegen euro’s te verkopen, werd de oude soennitische heersende klasse vervangen door sjiieten. De soennitische bourgeoisie werd van begin af aan volledig buitengesloten van de economische, politieke en administratieve macht van de nieuwe regering, die door Washington werd geïnstalleerd om zijn belangen in Mesopotamië versterken.

Het was dan ook onder de druk van de soennitische revanchisme (vertaler: streven naar wraak en herstel van macht), dat de eerste groepen van IS strijders gemene zaak maakten met een tak van de oude staatsbourgeoisie in de vorm van de voormalige generaals van Saddam. Deze laatsten verleenden aan het zich vormende leger van al Baghdadi’s professionele militaire vooruitzichten. Voordat het geld in ruimschoots binnenstroomde van de imperialisten van het Westen en Midden-Oosten en voordat de oliebronnen in Irak en Syrië werden veroverd, werden de financiële behoeften van IS gedeeltelijk gedekt door hooggeplaatste leden van de soennitische Iraakse bourgeoisie. Deze staatsbureaucratische bourgeoisie, die gewend was comfortabel te leven van de grote olie-inkomsten, was diep geworteld in de zenuwcentra van de voormalige Iraakse staat. Daarnaast kwamen individuen van het de parasitaire management van de olie-bedrijven, dat de rijke voordelen van olie-inkomsten genoot en van directeuren van staatsbedrijven, maar ook van de rijke handelaren, senior militaire kaders en ambtenaren.

De kern van dit leiderschap, de steunpilaar en de inspiratie van het soennitische jihadisme had oorspronkelijk een seculiere karakter. Maar nu kleedde zich nu in de zwarte mantel van het fundamentalisme “gewijd” aan de heilige Soenna . De bourgeoisie kent geen religieuze scrupules. Ze beoefent al lang de kunst van de kameleon. Het enige belangrijke doel is om de macht te herwinnen.

De basis van de IS piramide bestaat uit de gebruikelijke wanhopige mensen, proletariërs en lompenproletariërs, boeren en werklozen die tegen hun eigen belangen in de voormalige Ba’athisten ondersteunen, een deel van de Irakese bourgeoisie dat volledig uitgesloten is geraakt van de politieke macht. Deze diverse massa die het voetvolk van IS vormt, is opgeroepen om te vechten, te doden en te sterven om zijn klassevijand weer aan de macht te helpen. Deze strijders zijn de sociaal gedepriviligeerden en politiek rechtelozen die geen anti-kapitalistische of klassegeoriënteerde eisen hebben. Ze zijn ideologisch kneedbaar als onderdanen van de bourgeoisie en ofwel Baath ofwel jihadistische geworden, naargelang wat op een gegeven moment de meest geschikte tactiek was. Deze massa’s moesten klaar staan om zich ten dienste te stellen van dezelfde oude burgerlijke strategieën. Deze manipulaties zijn des te gemakkelijker hoe groter de politieke desoriëntatie van de massa is. Daarmee konden wanhoop over het door honger en de burgeroorlog tot uitdrukking komen in woede en radicalisering die al bezweken voor de perverse charmes van islamisering. Dit alles bij elkaar zorgde voor een zeer explosief mengsel.

Het is geen toeval dat de spirituele leider van IS, al Baghdadi, de leider die de massa’s aanspreekt, uiteraard een soennitische gelovige is en afgestudeerd in de theologie, en zelf een man van geloof is. Hij is daarmee de leider die Allah heeft gekozen voor de “heilige” heropleving van de Islam tegen het corrupte en corrumperende Westen, tegen de afvalligen en de valse moslims die alle veroordeeld tot hetzelfde lot. Het is ook geen toeval dat de legertop van het Kalifaat bestaat uit soennieten, hoewel leken, en dat ze allemaal uit het Iraakse leger komen dat vernietigd werd door de Amerikaanse invasie in 2003. Boven alles staat de figuur van de Duri, het opperste hoofd van de troepen van de dictator, nummer twee van het regime en, tegelijkertijd generaal van het legerkorps, en tevens een rijke speculant. Het verhaal gaat dat de Duri onlangs omkwam tijdens een Amerikaanse luchtaanval. Net als een andere hoge militaire functionaris van het kalifaat, Ali Mohammed Nasser al-Obeidi, één van de leiders van de oude Republikeinse Garde, het speciale korps ter persoonlijke bescherming van Saddam Hussein, werd eveneens geëlimineerd. Dit is in het kort de klassensamenstelling van de islamitische staat, die de kern van het Kalifaat vormt.

Centraal staat het revanchisme van de soennitische bourgeoisie, de voormalige bestuurders van de olie-rijkdommen uit de tijd van Saddam Hoessein, met deelname van hooggeplaatste leden van de vorige staatsbestuur en vermogende ondernemers. Daarnaast staat de gewapende vleugel, waarvan het militaire commando in handen is van de generaals van het oude regime. Aan de onderkant, zoals altijd, vinden we de wanhoop van de onderdrukten. Alles is gehuld in “heilige oorlog” onder de charismatische figuur van al Baghdadi die alles ondergeschikt maakt aan de hoogste belangen van jihadisme, van de meningsverschillen over de Shia tot en met alle andere sociale tegenstellingen met inbegrip van die van de klassenstrijd.

De buitenlandse strijders van Islamitische Staat

Hoewel in veel opzichten vergelijkbaar, is de Europese context (België, Nederland en Groot-Brittannië, en in het bijzonder Frankrijk, waar we hier naar kijken), gekenmerkt door een aantal eigenaardigheden wat betreft degenen die hun eigen land hebben verlaten om zich naar “Siraq” te haasten en daar te gaan strijden onder de vlag van de islamitische Staat. Volgens het “onderzoek” van de Franse analisten die een gedetailleerde studie van het fenomeen in Frankrijk hebben gemaakt, maar die ook in andere landen van het oude continent kan worden herhaald, is 90% van de strijders van Noord-Afrikaanse afkomst. Ze zijn tussen de 20 en 40 jaar oud, afkomstig uit de periferie van de grote steden, vooral in Parijs, en leven in de zogenaamde ZUS (Sensitive Urban Zones), moderne, vaak arme, ghetto’s die het toneel zijn van botsingen tussen jongeren en speciale politie-eenheden die in het leven zijn geroepen om de woede van de jongere “banlieusards” (buitenwijkbewoners) in het gareel te houden.

Het verhaal dat leidde tot de huidige gebeurtenissen is lang en controversieel. We kunnen echter wijzen op een geschiedenis van falen van de economische en sociale integratie, en het ineenstorten van sociale en politieke hoop. Dit falen werd voornamelijk veroorzaakt door het zogenaamde links, dat steeds heeft gewerkt met een nationalistische agenda, ter verdediging van de belangen van het nationale kapitaal. Het waakt ervoor om nooit verder te gaan dan de steeds verdergaande beperking van het systeem. Links was ongevoelig om ook maar iets toe te geven in de richting, zelfs in een reformistische zin, van welke economische eisen dan ook die in het voordeel waren van het proletariaat in het algemeen, of immigranten in het bijzonder. Op zijn laatst in het begin van de jaren negentig is er een proces van vervreemding van de jonge arbeidersmigranten van de tweede, derde of zelfs vierde generatie geweest. Dit is nog een verraad door links dat vele tientallen jaren geen alternatief meer heeft geboden voor de kapitalistische samenleving. Openlijk anti-communistisch, steeds meer gericht op het in stand houden van het systeem, is het in feite uitgegroeid tot de beste “bolwerk” tegen elke aanval door de producerende klasse, compleet met een toegenomen racisme, dat nooit toegegeven, maar altijd in de praktijk werd gebracht.

Dit is des te meer het geval bij de rellen in de buitenwijken door jonge “banlieusards”. Zelfs de strijd van arbeiders zonder vast contract, van studenten, en de bewegingen van het zogenaamde uiterst links, die in democratische termen tegen de oorlog in Irak streden zonder begrip van de imperialistische aard van het conflict, hebben deze maatschappelijke realiteit genegeerd. Dit heeft de kloof tussen beide groepen nog vergroot, het heeft eenheid van de arbeiders en de mogelijkheid van de heropleving van de klassenstrijd tegen het kapitalisme, tegen de oorlogen en tegen het barbarendom voorkomen. Anderzijds is een dergelijke stap gewoon onmogelijk, aangezien dit “links” gezien zijn aard onmogelijk een dergelijke perspectief kan bieden en het in feite aan de andere kant staat. De dood van twee jongens van Noord-Afrikaanse afkomst in St. Denis, een voorstad van Parijs vormde de aanleiding tot het oproer van de banlieues (buitensteden) in de herfst 2005. De werkelijke oorzaak lag in de scheiding tussen het proletariaat van Franse en dat van allochtone afkomst aan de ene kant, en aan de andere kant het zogenaamde links. Het zou het beter zijn om te zeggen dat dit zogenaamde links het absolute vacuüm heeft gecreëerd in politieke zin door de jonge arbeidsimmigranten elk revolutionair perspectief te onthouden. Dit oproer eindigde in beperkte en nutteloze straatgevechten tussen de speciale politie-eenheden en de wanhopige “banlieusards”. Op een ander moment en met verschillende doelstellingen hadden deze gebeurtenissen kunnen leiden tot geheel andere perspectieven van de strijd. In plaats daarvan werden de “banlieusards” uitgeput in een doodlopende straatje gejaagd. Daarna gingen ze over tot het radicale jihadisme tegen alles en iedereen, met inbegrip van gematigde moslims (zoals de Moslim Broederschap).

We moeten er ook rekening mee houden dat het jonge proletariaat in de Franse voorsteden niet zo dicht bij de traditionele islam staat zoals deze in gematigde vorm wordt beoefend door hun familie, op een ongedwongen en erg “seculiere” manier. Dus de “onweerstaanbare” lokroep van het jihadisme van de Islamitische Staat moet andere oorzaken hebben. Allereerst was dit de afwijzing van het economische en sociale systeem waardoor ze werden gediscrimineerd. Daarna, met het uitbarsten van de internationale economische crisis in 2007, werden zij geconfronteerd met verdere aanvallen op de levensomstandigheden. Dit alles heeft inderdaad ertoe geleid dat ze op een ongekende manier werden geradicaliseerd. En nu worden ze geconfronteerd met het vooruitzicht om te sterven in de oorlogen waarin ze zijn meegesleept.

Hetzelfde geldt voor de ineenstorting van de “mythe” van het socialisme, dat wil zeggen van het staatskapitalisme die zich voordeed als het communisme. Dit kwam naar voren in de agressie van het Rode Leger in Afghanistan tijdens de laatste stuiptrekkingen van de Sovjet-imperialisme en de onderdrukking van de afscheidingstendens van het islamitische Tsjetsjenië in de post-Sovjet-fase. Het falen van de beide ‘alternatieven’ (dat van de ’democratie’ en dat van het ‘communisme’; vertaler) kon alleen maar wijzen op een derde alternatief. De afwijzing van de ervaring van de (nep) westerse democratieën, maar vooral ook vanwege hun criminele koloniale verleden, en een even vals communisme, leidde ”noodzakelijkerwijze” tot een zoektocht in het verleden naar een “waarheid” waarin hun opgebouwde woede tot uiting kon komen. Dit verklaart waarom de Islamitische Staat zich als een alternatief voor de huidige situatie van voortdurende economische crisis kon presenteren. Er is geen reëel vooruitzicht dat het systeem reageert op de dringende noodzaak van werkgelegenheid voor het jeugdige proletariaat van de ‘banlieues’ (buitenwijken). Niemand verwachtte echter dat jongeren afkomstig uit de sociale afbraak van een kleinburgerij in een proces van proletarisering ook drastisch zouden worden meegesleurd in het jihadisme.

Om het plaatje compleet te maken is er ook de ontgoocheling die van veel van de deelnemers aan de opstanden (in Arabische landen; vertaler) van 2011. Achteraf gezien hebben veel jonge proletariërs van Noord-Afrika en het Midden-Oosten de politieke resultaten verworpen van de bewegingen waarvan ze idealistisch hadden gehoopt dat die drastische veranderingen zouden brengen. De Arabische Lente is er echter niet alleen niet in geslaagd om zaken ten goede te keren, hij is vaak uitgelopen op dictaturen die nog erger zijn dan de vorige. Vandaar dat het resultaat de afwijzing is van de opstanden van 2011 en, helaas, het begin van de illusoire “derde weg”. Eenmaal op deze weg ingeslagen, is deze als een tunnel die dwingt tot een absoluut paranoïde jihadisme.

Laten we op dit punt degenen die het vermeende anti-imperialisme van de Islamitische Staat steunen, er aan herinneren dat hetgeen wordt aangericht in Syrië en Irak door zowel kleine als grote imperialistische machten, precies hetzelfde als wat IS doet. Dit alles maakt deel uit van het imperialistische barbarendom van het kapitalisme in verval. Het probeert te overleven door het openen van nieuwe strijdtonelen voor de oorlog, voor gewapende conflicten die worden uitgevochten voor nationalistische ambities. Dit alles tegen de belangen van miljoenen van de uitgebuiten. En dan willen ze ons doen geloven in een “rechtvaardige” oorlog van “goddelijke verlossing”. Maar het is in werkelijkheid een poging om een ​​staat te creëren en om opnieuw de controle uit te oefenen over de olie die de drijvende kracht vormt achter dit alles (zie deel I; vertaler). Dit onder het toeziend oog van Allah, die alle dingen mogelijk maakt, als je vecht in zijn naam. Ongelofelijk misschien, maar in de huidige historische periode is op die politieke breedtegraden zelfs het ongelooflijke mogelijk, gezien het ontbreken van een revolutionair alternatief voor de crisis van het kapitalistische systeem en voor de verwoestende oorlogen en het geweld van allen tegen allen. Daarnaast moet worden benadrukt dat in de politieke programma’s, in de dagelijkse praktijk van de IS-militanten, net als elke andere jihadistische organisatie, strijd zou worden gevoerd tegen het atheïstische en dus satanische communisme, de vijand nummer één, als deze aanwezig zou zijn op het binnenlandse politieke toneel. Het communisme is een gevaar voor het jihadisme, omdat het tegen de kapitalistische en nationalistische burgerlijke regimes strijdt in welke vorm dan ook. Dit is ook zo omdat het communisme tegen het imperialisme en zijn desastreuze oorlogen is, waaronder die van de Islamitische Staat zelf. En ook omdat het de massa van de gedepriveerden, die tegenwoordig ideologisch overheerst door fundamentalistische religie, naar zich toe zou trekken. Deze massa’s zouden zich dan bewegen op het terrein van de klassenstrijd en breken met de burgerlijke nationalistische en ideologisch religieuze stromingen, die op dit moment nog steeds werken als een sociaal verdovend middel en als tegengif voor klassenstrijd. Op dit moment, zijn de vijanden, die elkaar over grondgebied en olie bestrijden, sjiieten en soennieten, maar als de klassenstrijd tekenen van opleving begint te laten zien, zal de woeste machinerie van het jihadisme klaar staan om al zijn reactionaire en conservatieve woede tegen het communisme te ontketenen.

De strategie van de Islamitische Staat

Zoals we hebben gezien ontstond de Islamitische Staat (toen nog Isis) in Irak tijdens de Amerikaanse bezetting in 2003 als de Iraakse tak van al-Qaeda, dat tot aan zijn dood in 2006 onder leiding stond van al-Zarqawi. Daarna begonnen vanaf 2010, onder de leiding van Abu Bakr al Baghdadi, dingen te veranderen. De voorwaarden werden geschapen voor een definitieve splitsing. De definitieve breuk tussen al-Qaeda en IS voltrok zich in de Syrische burgeroorlog (voorjaar 2013), waarin de interne strijd om de politieke en militaire leiding over de krachten van de oppositie tegen de alawitische regering van Bashar el Assad een steeds meer radicale wending aannam, in sommige gevallen zelfs met inbegrip van gewapende conflicten. IS botste met de Syrische Qaedisten van het Jabhat al Nusra Front, met sjiitische groepen en met de bevelen van Ayman al Zawahiri zelf, nadat hij de leiding nam van al-Qaeda na de dood van Bin Laden. Zawahiri kon niet de opkomst accepteren van al Baghdadi als het hoofd van het soennitische jihadisme, dat zelfstandig actief was in Syrië en dat zo’n gewelddadige vorm van terrorisme toepaste dat dit het risico van een negatief beeld van de eigen Al Qaeda groep met zich mee bracht. Daarom werd al-Baghdadi bevolen om terug te keren naar Irak als nationale afdeling van al-Qaeda en daar op orders te wachten. IS trok zich echter niet alleen niet terug, maar veroverde de Eufraat tot de oevers van de rivier de Orontes in het noordwesten van Syrië. In Irak viel IS de provincie Anbar binnen, en belegerde de steden Fallujah en Ramadi alvorens verder te trekken naar Raqqa om een gebied ter grootte van België te veroveren op het grondgebied van zowel Syrië als Irak.

Maar het ging om meer dan alleen “ongehoorzaamheid”, deze breuk had zeer verschillende motieven zowel van politieke als van strategische aard. De aspirant-oprichter van het nieuwe kalifaat strafte al Qaeda af als een gewone militaire operatie die op westerse imperialistische manoeuvres reageerde met voorbeeldige meer of minder effectieve terroristische daden, maar zonder echte strategie. Het was verbonden met oude methoden van strijd en propaganda, en het was tactisch verouderd, zonder een levensvatbare strategie voor de korte of vooral de langere termijn. Deze diepe breuk maakte al Baghdadi tot de enige vertegenwoordiger van de jihadistische wereld, de religieuze en politieke leider. Hij was nu de drager, in een mystieke gedaante, niet alleen van de wil van Allah, maar ook van de economische en politieke belangen van het soennitische revanchistische verlangen naar olie.

Om dit te bereiken:

1) Veroverde hij een gebied dat als geografisch, juridisch en bestuurlijk lanceerplatform zou dienen voor de nieuwe staat. In plaats van het oude nationalisme dat door het westerse imperialisme was gecompromitteerd, en dus mogelijke slachtoffers van de nieuwe ummah [2], hebben we nu te maken met een nieuw nationalisme voor een toekomstige islamitische samenleving dat niet alleen “afvallige” maar ook “valse moslims” aanvalt.

2) Hij schiep de economische condities ter ondersteuning van de staatsstructuren van het Kalifaat. Dit gebeurde voornamelijk door de controle over de olie, uit de verkoop waarvan de staatsbureaucratie en de milities werden betaald. IS ontving echter ook financiering met medeweten van landen als Qatar en Koeweit, en van Saoedi-Arabië zelf.

3) Hij vestigde een kleine verzorgingsstaat om tegemoet te komen, aan de meest directe sociale problemen zoals gezondheidszorg, onderwijs, alsmede de onvermijdelijke rechterlijke macht om de rechtlijnige sharia-wetten uit te voeren.

4) Hij legde een ‘revolutionaire belasting’ op alle economische activiteiten, variërend van grote bedrijven tot kleine ambachtelijke werkplaatsen. Er zijn ook belastingen op de handel en op zelfstandigen, zoals artsen en andere vrije beroepsbeoefenaren.

5) Een speciale vermelding moet worden gemaakt van de organisatie van het leger. De Islamitische Staat heeft van meet af aan bijzondere aandacht besteed aan dit probleem. Nadat IS de eerste twee problemen (het winnen van een gebied en het exploiteren van de oliebronnen) had opgelost, was het onvermijdelijk dat zijn troepen “veilig” moesten zijn in termen van betrouwbaarheid en toewijding aan de zaak. Hetzij door middel van religieuze verkooppraatjes op basis van het ‘revolutionaire’ perspectief van een nieuwe wereld gewild door Allah, of door gebruik te maken van het dreigement dat wie desertie riskeerde beschouwd zou worden als een verrader die kon rekenen op de meest pijnlijke dood. Maar de discipline is voornamelijk gebaseerd op de economische situatie van de strijders, waar ze ook vandaan komen. Slechts 30% is van de Syrische en Iraakse afkomst. De resterende 70% komt uit Tunesië, Marokko, Tsjaad, Nigeria en andere landen van de Sahel. Kortom, ze komen uit de armste gebieden van het centrum-noorden van het Afrikaanse continent, niet altijd islamitisch, maar zeer geïnteresseerd in constante betaling waarmee ze in hun eigen behoeften kunnen voorzien, evenals die van hun families thuis. De Islamitische Staat betaalt zijn strijders $ 800 per maand, plus een scala aan voordelen, waaronder het incidenteel gebruik van een auto, een mobiele telefoon en een soort nabestaandenpensioen aan gezinnen in geval van overlijden. Niet veel in vergelijking met de voordelen van de westerse huurlingen, maar een hoop voor mensen uit de meest sociaal achtergestelde landen van het continent.

Dat gezegd hebbende, denk niet dat de Islamitische Staat een onstuitbare kracht is die willekeurig zijn programma kan uitvoeren. Zoals we al hebben gezegd, het aanvankelijke succes van ISIS was mogelijk dankzij de financiële steun en de levering van wapens door Saoedi-Arabië, Qatar, Turkije en de Verenigde Staten, die in eerste instantie de ISIS-kaart speelden in het kader van het anti-Assad spel. De zaak veranderde een beetje toen al Baghdadi voelde dat het tijd was om te breken met zijn “beschermers” en zijn eigen spel te spelen, dankzij de veroverde gebieden en de olie daarin. Het beeld werd verder bemoeilijkt door ingrijpen van Rusland om zijn bondgenoot Assad te verdedigen. In reactie creëerden de VS een coalitie tegen de Islamitische Staat. Saoedi-Arabië, hoewel een deel van de door de Amerikanen geleide coalitie, deed een paar maanden later hetzelfde met zijn Arabische bondgenoten. Alle schijnbaar tegen IS, die nu minder bruikbaar was geworden, maar in werkelijkheid is het allen tegen allen voor hun imperialistische belangen in de meest “gevoelige” gebieden ter wereld. Dit heeft het aan de islamitische Staat mogelijk gemaakt om zijn eigen werkgebied te handhaven met de steun van discrete bondgenoten, zoals Turkije en Saoedi-Arabië. Dat betekent dat IS kan overleven in weerwil van de (niet erg vastberaden) tegenstand van de andere imperialistische spelers. Zoals eerder vermeld, de Russische aanwezigheid, voor en na de ‘wapenstilstands’-overeenkomst met de VS, heeft tot doel de militaire verzwakking van Assads tegenstanders. De VS maakten gebruik van de Coalitie om precies het tegenovergestelde van Moskou na te streven, dat wil zeggen Assad te elimineren van het politieke toneel in het Midden-Oosten en van de Middellandse Zee. Hoofddoel van Turkije is wanneer Syrië wordt verscheurd, het Koerdische gebied in handen te krijgen en daarmee in één klap een strategisch belangrijk gebied te annexeren en de geboorte van een tweede Koerdische staat te verhinderen (na de Barzani-regio in Irak). De regering in Ankara kan ook met behulp van de “oorlog” tegen Islamitische Staat zich verzetten tegen zowel de Syrische als de binnenlandse Koerden van de PKK. De huidige conclusie is dat IS kan overleven, ondanks de toenemende moeilijkheden en nederlagen op het slagveld, en het feit dat IS zijn offensief tegen de officiële regering van Damascus moest staken. Maar zijn voortbestaan zal steeds meer afhangen van de balans van krachten als uitkomst van dit imperialistische conflict in het hart van het Midden-Oosten, als er daadwerkelijk ooit een eind aan komt, of van een conflict dat zich noodzakelijkerwijze nog verder zal uitbreiden.

Ondertussen profiteert IS van steun die nog steeds “illegaal” Raqqa bereikt om zijn voortbestaan te garanderen. Deze komt uit Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar, hoewel zij deel uitmaken van twee coalities tegen IS. Maar IS lijdt onder het verzet van een aantal Coalitie-leden die een beleid van inperking van IS voeren dat in het bijzonder sterk van invloed is op de prijs van ruwe olie. Het resultaat is verlies van financieringsbronnen voor het weinige dat ze hebben opgezet in het pasgeboren “Siraq”. IS lijdt ook onder de vastbeslotenheid van Rusland en het daaruit voortvloeiende gedeeltelijk verlies van gebieden die weer onder controle van Assad zijn gekomen. In reactie op de huidige zwakte, voert IS alleen of in samenwerking met daaraan verbonden groepen, steeds vaker terroristische aanslagen in het buitenland uit om het idee van zijn onoverwinnelijkheid onder de Arabische massa’s te voeden en aan te tonen dat het de kracht heeft om toe te slaan wanneer het maar wil. Het overbrengen van een paar duizend strijders van de Islamitische Staat naar Sirte (in Lybië), daarin bijgestaan door vluchten van Turkse regeringsvliegtuigen, was bedoeld om in plaats van een echte economische en militaire expeditie die gericht is op territoriale expansie, een rol te spelen in de verwachte driedeling van Libië. Dit lijkt een wanhopige poging om te blijven drijven in de stormachtige wateren van een zee waarin het niet meer kan varen. Zoals altijd, alles is in handen van de grote imperialistische machten. Hun conflicten hebben onvermijdelijk dodelijke neveneffecten die het lot van de kleinere imperialistische machten bepalen en, in nog grotere mate, beslissen over het lot van degenen die nog ‘imperialisten in de leer’ zijn, hoe verscheurend en vastberaden ze ook zijn.

Een voorlopige conclusie uit het klassekarakter van IS

Wanneer het “toejuichen” van het vermeende anti-imperialisme van de Islamitische Staat door een deel van het zogenaamde links een farce is, dan is de bredere politieke steun die meer consistente delen van hetzelfde politieke spectrum geven aan Rusland, aan Assad en aan het Koerdische nationalisme in al zijn varianten een tragedie. In al deze gevallen is er niet eens een nep-socialisme om hun verdediging te rechtvaardigen. Iedereen die op dit contrarevolutionaire terrein opereert, lijdt aan een neo-stalinistisch syndroom. Rusland is niet de Sovjet-Unie, hoewel het er veel op lijkt, dat is waar, maar het syndroom uit zich altijd in hetzelfde politiek gedrag. En ze beweren altijd dat de imperialistische macht die ze ondersteunen zich slechts “verdedigt”. Het is het Westerse imperialisme dat Syrië en Rusland aanvalt, het waren de Amerikaanse en Europese inlichtingendiensten die met het oog op het verder versterken van hun rol in de olieproducerende en andere regio’s achter de revoluties in Oost-Europa zaten, evenals achter de Arabische Lente. Maar het Russische imperialisme heeft ook wreed gehandeld om de separatistische krachten van Tsjetsjenië binnen de perken te houden, om zijn rol in Oost-Europa opnieuw te kunnen spelen, en dankzij olie en gas in Siberië, is het nog steeds een imperialistische macht van internationale betekenis, net zoals het was in de tijd van de voormalige USSR, eerst onder Joseph Stalin en vervolgens onder Leonid Brezjnev. Maar probeer dat de verschillende groepen van de trotskisten en maoïsten maar aan hun verstand te peuteren, die op dit gebied zonder weerga zijn. Want de ‘linksen’ waar we het hier over hebben, niet begrijpen is dat:

a) Het veronderstelde socialisme van de Sovjet-Unie nooit heeft bestaan, behalve in het programma en de hoop van de bolsjewistische partij. Deze werden eerst aangepast en vervolgens vernietigd door de isolatie van andere internationale revolutionaire ervaringen en door de binnenlandse economische achterlijkheid van Rusland. Het stalinisme was in feite de uiteindelijke organisatorische en economische ‘vorm’ die de contra-revolutie in Rusland aannam. De dictatuur van het proletariaat werd vervangen door die van de partij en die van de partij door de persoonlijke dictatuur van Stalin, na een felle interne machtsstrijd met zijn persoonlijke rivalen. Deze strijd was ook een politieke strijd tegen degenen die hem beschuldigden van de opbouw van het staatskapitalisme in de schijngedaante van het socialisme. Het bloedbad onder de slachtoffers van Stalin en het idee van het socialisme in één land dat in de plaats werd gesteld van het proletarisch internationalisme, betekende zijn volledige vernietiging als de enige oplossing voor de problemen en de verwachtingen van het internationale proletariaat. Het stalinisme moedigde binnen enkele jaren de andere revolutionaire ervaringen om hun strijd op te geven en in plaats daarvan een veiligheidsring rondom het revolutionaire Rusland te creëren, zodat de Sovjet-Unie “haar” binnenlandse “socialisme” zou kunnen opbouwen. Revolutionair internationalisme werd reformistisch nationalisme. In plaats van het stimuleren van de uitbreiding van de dictatuur van het proletariaat elders, kwam de Komintern met het Eenheidsfront en ondersteunde het ‘arbeiders en boeren’-regeringen die niets te maken hebben met een juist revolutionair programma. De dringende noodzaak tot het economisch experiment van de NEP heropende de mechanismen van de kapitalistische markt. Lenin zei dat het nodig was om een minimale ontwikkeling van de productiekrachten mogelijk te maken, anders zou heel Rusland sterven van de honger. Ondertussen maakte het vasthouden aan de macht, in afwachting dat de internationale revolutie te hulp zou komen, plaats voor de eerste experimenten van de vijfjarenplannen en staatskapitalisme. De Tweede Wereldoorlog, voltooide de contrarevolutionaire ontwikkeling van de aanhangers van de Sovjet-Unie toen deze zeker werd van een plek in een van de tegengestelde imperialistische kampen. Het was nu meer dan ooit duidelijk dat er geen sprake meer van was het socialisme te verdedigen. Het enige wat te doen stond, was om aan de kaak te stellen hoe het met de Oktoberrevolutie was afgelopen en in welke val zowel het Russische als het internationale proletariaat was getrapt, zowel mentaal als qua politiek bewustzijn. Maar ook al zou dit niet waar zijn geweest, dan zou een communistische praktijk evenmin die zijn van de verdediging van Rusland, maar een extra inspanning om andere revolutionaire fronten te openen waarin de eerste revolutionaire klasse-ervaring werd verdedigd.

b) Tegenwoordig is dit misverstand is niet langer meer mogelijk: afgezien van de farce van de Volksrepubliek Noord-Korea, is er geen land in de wereld dat zelfs op een bedriegelijke wijze er aanspraak op zou kunnen maken een socialistisch land te zijn. Dit betekent dat de communisten overal moeten werken voor een revolutionaire opleving van het programma en het bewustzijn van het politiek geavanceerde proletariaat op internationaal niveau. We hebben niets te maken met de zogenaamde communisten met hun zinloze steun voor de ene imperialistische zaak tegen de andere. Ze zijn nooit ontsnapt aan de kapitalistische logica die deze oorlogen voortbrengt. Zij hebben daarmee principieel elke visie van de revolutionaire opleving van de klassenstrijd verlaten.

c) Hetzelfde geldt voor de defensieve ondersteuning van de verschillende nationalismes in de regio, en in het bijzonder dat van de Koerden. Om steun te verlenen aan de Rojava-beweging in Syrië (zie Prometeo No 12, series VII, 2014) [3], aan de PKK in Turkije of elk ander nationaal-burgerlijke streven van de Koerdische diaspora, zoekt men hetzelfde model van sociale en economische organisatie als die van Massoud Barzani in Iraaks Koerdistan. Dit laatste wordt ondersteund door de Verenigde Staten als een primaire bron voor de levering van de Iraakse olie die het voormalige regime van Saddam Hussein niet meer kon garanderen. Het sjiitische regime van Nuri al-Maliki kan dit ook niet garanderen. Het resultaat is dan ook een Koerdische kapitalistische staat, geregeerd door een parasitaire bourgeoisie die rijkelijk kan leven van de olie-inkomsten, terwijl de rest van de bevolking wentelt in armoede. Daarnaast houdt de band van trouw met de VS in dat inspanningen moeten worden gedaan om deel te nemen aan de aanhoudende oorlog, zelfs al is het niet in een leidende rol, of met veel fanfare. De Koerdische burgerij is hetzelfde als elke bourgeoisie, ze tracht haar economische belangen te verdedigen door de het proletariaat in de “natie” aan zich te binden. Het is een beproefde burgerlijke praktijk. Een ander aspect is dat deze “linksen” volksstrijd verwarren met klassenstrijd en zelfbeschikking der naties met klasse-emancipatie. Ze vechten tegen dictaturen, maar niet tegen het economische systeem dat hen ondersteunt, tegen de politieke bovenbouw, maar niet tegen de productieverhoudingen. Ze zullen echter deze zelfde dictators verdedigen als deze worden aangevallen door het Amerikaanse imperialisme, het enige dat ze als zodanig herkennen omdat ze niet in staat om te begrijpen dat de huidige context die van het wereldwijde imperialisme is.

De crisis van het imperialisme heeft fronten gevormd, de vitale gebieden voor regionale conflicten vastgesteld, en verschuivingen in opportunistische allianties veroorzaakt. Hoewel dit alles de fluctuerende kenmerken van een globaal kapitalisme toont dat op zoek is naar onmogelijke oplossingen, hebben onze heren van hetzelfde oude “links” niets beters te doen dan te kiezen tussen de conflicterende imperialismes. Zij verzetten zich verbaal tegen agressie, maar in werkelijkheid fungeren ze als een integraal ideologisch onderdeel van de oorlog. De kapitalistische barbarij wordt nooit genoemd, laat staan aan de kaak gesteld in hun achterhaalde ideologische schema’s. Zij spreken van de ene kant als progressiever dan de andere, van de noodzaak van “radicale beslissingen” om mensen binnen de bestaande conflicten te beschermen, maar zij stellen nooit de echte vraag die ingaat op het enige waar het in werkelijkheid om gaat. Alleen de klassestrijd, onafhankelijk van enige burgerlijke of imperialistische invloed kan effectief zijn tegen de oorlog. Elke schema dat de keuze van een kamp inhoudt, moet worden verlaten. Anders kom je in de logica van de oorlog zelf. De enige oorlog die mogelijk is voor het internationale proletariaat is de ‘oorlog tegen de oorlog’, tegen het imperialisme, tegen het kapitalisme en zijn crises die de oorlog veroorzaken en verergeren. Tegen het idee van één zijde ter ondersteuning van een onmogelijke oplossing voor de ”volkeren” moeten we de noodzaak van een sociaal alternatief stellen. We bevinden ons in het midden van de diepste crisis van het wereldkapitalisme. Deze heeft geleid tot tientallen miljoenen werklozen alleen al in Europa, en honderden miljoenen over de hele wereld, waaronder China en India. Het heeft een stroom van miljoenen hongerige en doodsbange vluchtelingen in een tragisch uittocht van bijbelse proporties op gang gebracht, die proberen te ontsnappen aan de moordpartijen. Het is alsof de verschillende oorlogvoerende kampen al een “wereldoorlog” hebben geënsceneerd. De leuze kan niet zijn om Rusland te steunen tegen de Verenigde Staten, of Assad tegen Turkije. Met IS als het vecht tegen het westerse imperialisme of ertegen als het leger van al Baghdadi samenwerkt met het Westen. Je hoeft niet kiezen voor een imperialisme, omdat dit beter, ‘progressiever’ of niet zo slecht is als de andere. Evenmin kiezen we om tactische redenen voor een kamp in plaats van het andere kamp op basis van een vermeende verdediging van de volksbelangen of van onderdrukte volkeren. Het enige mogelijke antwoord is de poging om een internationaal klassefront te vormen dat begint om de kwestie van het anti-kapitalisme, van de proletarische revolutie te stellen, die de enige manier is om de emancipatie van de arbeidersklasse en van de mensheid te bereiken. Dit geldt voor arbeiders in Aleppo evengoed als voor die in Ankara, alsook voor die in Europa en Amerika. Zo niet, dan zullen we kapitalistische barbarij hebben tot in eeuwigheid.

fd, februari 2016

Vertaler: Fredo Corvo arbeiderstemmen.wordpress.com

[1] Zie ook de oorspronkelijke Engelse tekst op leftcom.org

[2] Ummah betekent gemeenschap in de zin van een gemeenschap van gelovigen die gezamenlijk verlost zullen worden. Het salafisme van IS definieert de ummah nauwer dan gebruikelijk in het verleden, zodat vele (zo niet de meeste) moslims geen deel uitmaken van zijn ummah.

[3] Zie ook de oorspronkelijke Engelse tekst op leftcom.org en de Nederlandse vertaling op arbeidersstemmen.

Tuesday, April 26, 2016